Gasten: 8 Leden: 0 Op deze pagina: 1 Leden: 700, Nieuwste: dwiek
AZ'67 een klasse apart
door Algemeen Dagblad
,,Maar meneer, het AZ'67 van 1981, dat was geen toevalstreffer hè. Wis en waarachtig niet. Ik was mijn tijd zo ver vooruit dat ze zeiden: Die Kessler, die kan er helemaal niks van.
Het was allemaal bedacht meneer, 4-4-2 met opkomende vleugelverdedig
ers, een elftal voortdurend in beweging. Na de kampioenswedstr
ijd tegen Feyenoord kwam hun aanvoerder, Wijnstekers heette de man, mij feliciteren.
'
Trainer', zei hij, 'het is ongelooflijk. Het leek wel alsof jullie met z'n twaalven waren. Ik moet u eerlijk vertellen dat ik tussendoor geteld heb of het er geen twaalf waren'. Voilá, zo veelzijdig liepen mijn spelers. Onze tegenstanders raakten daar gefrustreerd van.''
(foto)Georg Kessler tekent zijn contract bij de Alkmaarse club AZ'67. Naast Kessler de toenmalige manager van de erediviseclub Hans Kraay. foto ANP
Georg Kessler is nog immer fier op zijn meesterwerk, het veroveren van de landstitel met een provincieclub in 1981. In 40 jaar tijd is er één club geweest die de Grote Drie van het kampioenschap heeft weten af te houden en dat was het AZ van Kessler. En doe nou niet alsof die unieke prestatie door een samenloop van toevalligheden kwam, want dat is tegen het zere been van de trainer in ruste. Natuurlijk, in de Alkmaarderhout was geld, dankzij de gebroeders Molenaar, en er was een mooie verzameling voetballers, en natuurlijk, Ajax, Feyenoord en PSV maakten er in het seizoen 1980-'81 een potje van. ,,Maar dan nog meneer, 27 overwinningen, één nederlaag en vijf weken voor het verstrijken van de competitie kampioen. AZ'67 was waarachtig een topploeg.''
Complimenten Hij is 72 jaar en leeft gezond in de Eifel ('Niet overdadig eten, veel water drinken en elke dag minstens twee uur wandelen met de hond'). Het hedendaagse voetbal volgt hij op afstand. AZ is hem opgevallen, ja. ,,Het doet mij deugd dat er weer iets gaande is in Alkmaar. Mijn complimenten voor de heer Adriaanse, een trainer die voor discipline zorgt, een trainer die zijn elftal goed weet te prepareren.''
Een beetje zoals Kessler dus. ,,Dat zijn uw woorden. Ik zit er te ver van af om te kunnen vaststellen dat er parallellen zijn. In elk geval is er één wezenlijk verschil. Het AZ van nu speelt 4-3-3, het AZ van toen 4-4-2.'' In zijn vaste uitspanning in het kuuroord Gemünd geeft Kessler opening van gedane zaken. ,,Ik zal u zeggen waarom het 4-4-2 moest worden. Ik had daar lang over nagedacht. Wil je met 4-3-3 dominant zijn dan heb je eigenlijk vier spitsen nodig: een midvoor, twee specifieke vleugelaanvalle
rs plus een reserve. Maar ik had ternauwernood drie spitsen en niet één typische buitenspeler. Toch heb ik een hele tijd gewacht met 4-4-2. Ik ben een man van langzaam laten groeien. Grote veranderingen kun je in het voetbal onmogelijk ineens doorvoeren. Ik heb gewacht en gewacht, totdat er genoeg snelheid en actieradius in de ploeg zat, totdat mijn spelers in staat waren met de ogen dicht elkaars positie over te nemen.''
Twee seizoenen duurde het eer Kessler het nieuwe spelsysteem invoerde. AZ was onder zijn leiding vierde geworden en daarna tweede, vlak achter Ajax. Middenvelder Jan Peters en spits Kurt Welzl waren in dat tweede seizoen langdurig geblesseerd geweest. Kessler: ,,En toch werden we vice-kampioen. Toen Peters tegen mij zei: 'Trainer, als we volgend seizoen niet weer zulke pech hebben, pakken we de titel', wist ik dat het moment daar was. Bij de perspresentatie voor het nieuwe seizoen heb ik toen tegen de journalisten gezegd: 'Mijne heren, ik zal niet zeggen dat wij kampioen gáán worden, maar het is wel ons streven'.''
Sceptisch commentaar viel hem ten deel. ,,Maar dat had ik ingecalculeerd. In die grote stad, een paar kilometer ten zuiden van ons, zaten ze niet te wachten op een machtsovername van AZ'67. De trainer van Ajax, Beenhakkers, zei dat het wel nooit wat zou worden daar in Alkmaar en vooral het grootste dagblad van Nederland haakte daar gretig op in.''
AZ, zo werd ook in andere kranten dan De Telegraaf geregeld opgemerkt, was een zakelijke onderneming van de gebroeders Molenaar, Cees en Klaas, groothandelaren in wasmachines, radio's en stofzuigers. Hun warenhuisketen Wastora verschafte een kleine club de middelen om veel groter te worden dan hij behoorde te zijn. Kessler: ,,AZ'67 gold als de club van de poen, waar te pas en te onpas spelers werden gekocht. Maar dat was een valse voorstelling van zaken, want ik zeg u, op de dag dat wij kampioen werden, stonden er liefst negen spelers in het veld met wie ik drie jaar eerder aan de slag was gegaan.''
Van Hanegem Georg Kessler had als oefenmeester al een lange staat van dienst toen hij in 1978 door AZ'67 werd benaderd. Hij, zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder, was op zijn 33ste coach van het Nederlands elftal geworden en daarna trainer van onder meer Sparta, Anderlecht en Hertha BSC geweest. Op zijn 46ste was hij succesvol in Innsbruck en daar kwamen Hans Kraay, technisch directeur in Alkmaar, en Klaas Molenaar hem polsen. Kessler zag perspectief: ,,Ik zei: 'Technisch zie ik geen probleem. Ik ken de spelersgroep vrij goed, daar gaan we wat van maken. Er is maar één probleem en dat ben ik. Ik ben een dure jongen geworden'. Klaas Molenaar maakte een gebaar van: geen punt. En toen ben ik gegaan.''
Bij AZ'67 werd hij herenigd met Willem van Hanegem die hij in 1968 als speler van Xerxes/DHC had laten debuteren in het Nederlands elftal. In Alkmaar was De Kromme met zijn fenomenale traptechniek en fijnzinnige spelinzicht de grote man. Maar hij was ook trager dan ooit en Kessler zag dat hij het elftal eerder ophield dan vooruit hielp. ,,We verloren uit met 4-2 van FC Twente, kansloos en toen ik de volgende ochtend thuis uit het raam stond te staren, kwam de Jaguar van Klaas Molenaar aanrollen. Tegen Ingeborg, mijn vrouw, zei ik: 'Die komt zich beklagen'. Klaas kwam binnen, vroeg om een kopje thee en stak van wal: 'Dat was niet best hè gisteren?' Ik: 'Nee en ik heb er de pest in, want het wordt ook niet beter zo, dit blijft zo als er niet wordt ingegrepen. Er zit geen lijn in, er zit een rem op het elftal'. Hij: 'Dan verander je dat toch. Maar overigens, Cees en ik zijn ontzettend blij met jou en ik ben hier naar toe gekomen om je te vragen je contract te verlengen'. 'Da's in orde', heb ik gezegd en ik ben naar Willem gegaan om hem mede te delen dat ik niet met hem verder wilde.''
Een daad die Kesslers populariteit geen goed deed. ,,Wat heet meneer, het was een ramp, voor mij en voor het elftal. Ik werd gekielhaald door de pers en het elftal moest bewijzen dat het beter kon zonder Willem, een verschrikkelijk
e druk. Ik kreeg de meest onzinnige verwijten naar mijn hoofd geslingerd. Maar ik heb nergens op gereageerd. Ik heb nooit niks gezegd, nooit, nooit, nooit. Ik heb alles geslikt.''
Na de aftocht van de volksheld Van Hanegem gaf Kessler de aanvoerdersband aan een ander lid van de groep van vier die bij AZ de dienst uit maakte, linksback Hugo Hovenkamp. Die zat met de Deense spelverdeler Kristen Nygaard en midvoor Kees Kist in het kamp-Van Hanegem en om daar verantwoordelij
kheid naar toe te schuiven, bleek een slimme zet van Kessler. Hoewel hij bij Van Hanegem kind aan huis was, legde Hovenkamp zich neer bij het gedwongen vertrek van zijn vriend. Kessler: ,,Hugo was een eigenwijze drol, maar beslist niet dom. Hij stelde zich constructief op, in belang van het elftal en hij was het ook die mij verloste van een nijpend probleem op de linkerflank.''
De nieuwe aanvoerder kwam met Jos Jonker op de proppen. Deze nijvere en technische middenvelder had jarenlang bij Telstar gespeeld en was vandaar naar FC Den Haag gegaan waar hij de pispaal van de kleedkamer was. Omdat hij eeuwig op afgetrapte gympies liep, in een verschoten spijkerbroek en dito slobbertrui. De zonderling uit Castricum was al 29 jaar, maar volgens Hovenkamp de linkshalf waar Kessler zo naarstig naar op zoek was. ,,Hugo zei: 'Trainer u hoeft niet verder te zoeken. De speler die u nodig heeft, is Jos Jonker. Ik heb Hugo uitgevraagd en geoordeeld: als het zó is dan is dat 'm.''
Twee spitsensysteem In de aanloop naar het seizoen waarin de Alkmaarders victorie zouden kraaien, schakelde Kessler over op 4-4-2. Klaas Molenaar, wiens broer Cees een jaar eerder was overleden, werd in vertrouwen genomen. Kessler: ,,Ik legde hem uit wat ik van plan was. Ik zei: 'Klaas, het zou fout zijn om nu weer 4-3-3 te gaan spelen. Want dan zouden we de goede types die we hebben weg moeten doen en nieuwe types moeten kopen'.'' Op een toernooi in het Spaanse Gijon werd het twee spitsensysteem uitgeprobeerd. AZ'67 won de Trofeo Costa Verde door onder meer van FC Porto te winnen. ,,Zaten we in de bus op weg naar het vliegveld kwam Hovenkamp naar me toe. 'Trainer, Jos Jonker zit te huilen'. Ik begreep daar niets van. 'Wat dan Hugo, hij heeft toch goed gespeeld?' Bleek het vanwege Kees Kist te zijn, die had in een krantenintervie
w gezegd dat hij niet snapte waarom AZ Jos Jonker had aangetrokken. Ik heb Jonker bij me geroepen en gezegd dat hij voor 100 procent op mij kon rekenen. Ik zei hem ook dat hij voor mij de man op links was en dat Kist maar moest afwachten wat het voorin zou worden.'' Daar werd het, in de meeste gevallen, Kurt Welzl, door Kessler uit Oostenrijk gehaald, en Pier Tol. Kist, in 1979 Europees topscorer met 34 goals, werd geplaagd door een chronische oorontsteking en veelvuldig aan de kant gehouden. Vooral in de eerste helft van het seizoen waarin AZ de basis voor de titel legde. Halverwege de competitie had het op volle toeren draaiende elftal alleen bij Twente-uit een punt verspeeld. Kess
ler: ,,De sleutel tot het succes was Jos Jonker. Op links had ik het met Chris van den Dungen en Jaan de Graaf geprobeerd, maar dat was behelpen. Van den Dungen was te jong en De Graaf was weliswaar fysiek sterk en een goede dribbelaar, maar hij was linksbuiten, geen middenvelder. Zijn grootste nadeel evenwel was dat hij een zaterdagvoetbal
ler was. Omdat zijn geloof hem belemmerde op zondag te spelen, kon hij geen continuïteit brengen. Daarom was het wachten op Jonker.''
Met die gedienstige linkshalf had Kessler zijn puzzel compleet. De zwakkere linkerkant werd de flank vanwaar AZ'67 zijn tegenstanders tot wanhoop dreef. ,,Ons driehoeksspel over links werd van uitzonderlijke klasse. Hovenkamp speelde de bal iets naar binnen, naar Jonker, die kwam naar de bal toe en speelde hem naar Nygaard. En achterlangs ging Hugo en dan kwam de diagonale pass. De tegenstander werd daar gek van.''
Centraal achterin, voor keeper Eddy Treijtel, stonden Ronald Spelbos en John Metgod, rechtsback was Richard van der Meer, of Henk van Rijnsoever en op het middenveld speelde Peter Arntz in dienst van Jan Peters. ,,De spelers voelden en vulden elkaar aan. Daardoor kregen we steeds meer automatismen in ons spel. Het concept stond als een huis. Ik herinner mij de thuiswedstrijd tegen Red Boys uit Luxemburg. Pelé was er, op uitnodiging van Wastora. Jan Peters kon door een schorsing niet meedoen en voor hem speelde Ron Weysters. Ik vertel geen flauwekul, maar na afloop zegt Pelé: 'Ik heb in tijden niet zo'n goeie speler als Weysters gezien.' Ron speelde inderdaad uitstekend die avond, maar dat was voor hem helemaal niet zo moeilijk. De ploeg nam hem mee, het concept nam hem mee.''
Een klasse apart was AZ in de eredivisie, maar de waardering voor het superieure positiespel van de Alkmaarders was mondjesmaat. 'De ploeg lijkt op zijn coach', schreven de kranten. 'AZ voetbalt hooghartig, emotieloos.' Het griefde Kessler. Hooghartig, emotieloos? Het waren kwalificaties waarin hij zich niet kon vinden. Hij was misschien wat afstandelijk, vormelijk, maar zijn welbespraakthei
d kon toch kwalijk als arrogantie worden opgevat?
Kessler zag zichzelf als een vakman boven alles, een perfectionist die werd gedreven door innige liefde voor het spel. Emoties toonde hij tenslotte ook. In de kampioenswedstr
ijd op 3 mei 1981 kreeg Feyenoord alle hoeken van de eigen Kuip te zien. Het werd 1-5 en bij elke AZ-goal verscheen Kessler met de armen geheven aan de zijlijn. Om te laten zien dat de Alkmaarse victorie ook de zijne was. Kampioen, bekerwinnaar en finalist in de UEFA Cup, geen club buiten de Top 3 heeft ooit zo'n prestatie geleverd. Weemoed in Gemünd. Kessler wipt een foto van de in 1996 overleden Klaas Molenaar uit zijn portefeuille. ,,Klaas en ik, wij waren als broers. Na het kampioenschap kwam hij naar me toe: 'Georg, ik heb een grandioos aanbod voor Welzl. Valencia wil meer dan drie miljoen voor hem betalen. Wat denk je er van?' Ik: 'Als we aan de top willen blijven, moeten we niet verkopen, maar ik heb er alle begrip voor als je het toch doet'. Welzl werd verkocht. Bij Klaas was het heilige vuur na de landstitel verdwenen. Een jaar later was het allemaal over.''